wetenschappelijkeonderzoekdetail

Klikpad

Componence Asset List

Onderzoek ASS en eetproblemen en onderzoek signalering van ASS

Maarten van ’t Hof

Persoonlijke informatie: Onderzoeker, Sarr Expertisecentrum Autisme.

Onderzoeksvraag: Wat is de relatie tussen autistische kenmerken en eetproblemen bij jonge kinderen?

Achtergrond: Eetproblemen worden bij 25 % van de zich normaal ontwikkelende kinderen gevonden (Lindberg et al. 1991). Gedragingen zoals: kieskeurig eten, moeilijk eten of voedselneofobie (angst voor nieuwe voedingsmiddelen) worden genoemd (Cashdan 1998). Bij 89 % van de kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) worden eetproblemen waargenomen (Ledford & Gast 2006). De aard van de voedingsproblemen bij kinderen met ASS wordt beschreven als bevattende extreme voedsel neofobie, beperkte dieetvariatie, voedselselectiviteit en een neiging tot overgewicht (Marshall et al, 2014). Voedselselectiviteit bij kinderen met ASS is mogelijk het resultaat van de sensorische over responsiviteit voor de smaak, structuur of geur van bepaald eten (Cermak, 2010). Ook het rigide gedrag dat kenmerkend is voor ASS is een mogelijke oorzaak van eetproblemen bij kinderen met ASS.

Onderzoek: In dit onderzoek wordt de relatie tussen autistische kenmerken en eetproblemen in de kindertijd onderzocht in de Generation-R populatie. Data wordt gebruikt uit de prospectieve cohortstudie Generation-R, uitgevoerd op het Erasmus MC/Sophia kinderziekenhuis. Vragenlijsten zijn afgenomen op 1 ½-, 3-, 4-, 6- en 9-jarige leeftijd. Looptijd: september 2016 - september 2018

Onderzoeksgroep: M. van ’t Hof 1,2, Dr. W. Ester 1, Prof. Dr. W. Hoek 3,4, Prof. Dr. H. Tiemeier 5,6,7

  1. Sarr Expertisecentrum Autisme, afdeling jeugd
  2. The Generation R Study Group, Erasmus University Medical Center, Rotterdam, The Netherlands
  3. Parnassia Groep, Den Haag
  4. Afdeling psychiatrie, Universitair Medisch Centrum Groningen, Rijksuniversiteit Groningen.
  5. Department of Child and Adolescent Psychiatry/Psychology, Erasmus University Medical Center–Sophia Children’s Hospital, Rotterdam, The Netherlands
  6. Department of Psychiatry, Erasmus University Medical Center, Rotterdam, The Netherlands
  7. Department of Epidemiology, Erasmus University Medical Center, Rotterdam, The Netherlands

Onderzoek  2: De signalering van autismespectrumstoornissen (ASS) door jeugdartsen en leerkrachten bij kinderen in de leeftijd 4-6 jaar: onderdeel van Academische Werkplaats Autisme Reach-Aut;  projectgroep 4 ‘Transities in het onderwijs’.

Doel: Het doel van het onderzoek is om het effect van de live online cursussen; Signalering van ASS bij kinderen in de leeftijd 4-6 jaar voor jeugdartsen en signalering van ASS bij kinderen in groep 1 en 2 voor leerkrachten te onderzoeken.

Achtergrond: De transitie van voorschoolse opvang naar het basisonderwijs kan een ingewikkelde periode zijn voor kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS). Doordat er in deze periode nieuwe eisen aan een kind worden gesteld kunnen beperkingen in functioneren en presteren sneller opvallen dan in de voorschoolse periode. De signalering van mogelijke ASS-signalen vindt voornamelijk plaats bij ouders, op school en bij het Centrum voor Jeugd en Gezin.
Jeugdartsen en leerkrachten hebben beperkte kennis van ASS en beperkte instrumenten om een vermoeden te toetsen. Scholing is nodig om de signalerende taak te optimaliseren. Het meeste onderzoek richt zich op het verhogen van de vroegdetectie van ASS bij kinderen van 0-3 jaar en deze laten positieve resultaten zien. Er is echter minder aandacht voor de signalering van ASS door jeugdartsen bij kinderen in de leeftijd van 4-6 jaar.

Onderzoek: Een totaal van 96 jeugdartsen uit de regio Rotterdam zal deelnemen aan het onderzoek naar de jeugdartsenmodule. Een nog onbekend aantal leerkrachten uit groep 1 en 2 zal deelnemen aan het onderzoek naar de leerkrachtenmodule.
De cursussen worden aangeboden via een online klaslokaal (Live Online Learning). De focus en inhoud van de cursus zijn ontwikkeld door middel van een samenwerking tussen drie actoren; wetenschap, praktijk (jeugdartsen, leerkrachten en ASS-deskundigen) en ervaringsdeskundigen uit de regio’s Rijnmond, Waterland en Midden Kennemerland en Den Haag.

De primaire uitkomstmaat is de kennis over ASS en over de signalen van ASS. De secundaire uitkomstmaten zijn; het aantal ASS gerelateerde doorverwijzingen, de houding ten opzichte van de geesteszieken (CAMI), de competentiebeleving en de tevredenheid over de cursus.

Docenten jeugdartsen module: M. Reusens, kinder- en jeugdpsychiater, Expertisecentrum 0-6 jaar Lucertis, Rotterdam en W.A. Ester, kinder- en jeugdpsychiater, Sarr Expertisecentrum Autisme Lucertis, Rotterdam.

Looptijd: augustus 2014 – augustus 2018

Onderzoeksgroep: M. van ‘t Hof 1, J.T. Bailly 1 H.W. Hoek 2,3, W.A. Ester 1,

  1. Sarr Expertisecentrum Autisme, afdeling jeugd, Carnissesingel 51, 3083 JA Rotterdam
  2. Parnassia Groep, Den Haag
  3. Afdeling psychiatrie, Universitair Medisch Centrum Groningen, Rijksuniversiteit Groningen.